Make your own free website on Tripod.com
Juli
De volgende dag hebben we een stukje 4WD track afgereden en Cape Otway Lighthouse bezocht. Vanaf de vuurtoren was goed te zien dat het een hele operatie geweest moest zijn om de vuurtoren op dit punt te bouwen. De derde poging is het pas gelukt om dit punt te bereiken! Halverwege TGOR zag ik een pier met schepen erop gehesen, dat doen ze omdat de golven de schepen vernielen als ze in het water blijven liggen. Het is blijkbaar goedkoper of makkelijker dan het bouwen en onderhouden van een haventje.
The Twelve Apostles had ik vanuit de lucht al in vogelvlucht gezien, maar dat moest natuurlijk ook nog even vanuit een ander perspektief bekeken worden. Zo ook de andere bezienswaardigheden, want TGOR staat er vol mee, om de zoveel honderd meter weer een bezienswaardigheid......Loch Ard Gorge met stalagtieten onder een langzaam afbrokkellend gedeelte, London Bridge, The Razorback, Petrified forest..... Heel mooi allemaal, maar na een paar heb je het gezien. In Portland zijn we bij Whaler's Bluff Lighthouse uit 1859 gestopt. Dit is een van de oudste vuurtorens in Australië.
Daarna zijn we doorgereden naar Tower Hill NP. Het was al donker toen we daar aankwamen. Op de weg zagen we verschillende kangaroo's. Affijn dit was weer een ideale spot, dus auto hier geparkeerd en getukt. ('s Avonds waren we nog op kangaroo jacht gegaan, met lantaarn en fototoestel hè) De volgende ochtend waren de emu's en kangaroo's erg dicht bij de auto. Da's leuk wakker worden! Oeps, is dat de ranger? Doen we hier iets verkeerd? (Dat vraag je je altijd weer een tweede keer af als zo'n kerel met een serieus gezicht op je afstapt.) Ja dus. We hadden hier niet mogen kamperen. Dit is een National Park. Honderd dollar boete per persoon. HALLO is dat niet een beetje onredelijk? De ranger vroeg nog of we de bordjes niet kamperen niet gezien hadden. Of we toevallig met de lichten uit het park binnen gereden waren.Ik zeg nog tegen de ranger:"Dat zijn bordjes met een TENT en een streep erdoor. Wij slapen in een auto......" Gelukkig konden we ons er uit praten en hoefden we niets te betalen. Dat zou anders een aardige domper op de vakantiepret zijn geweest.
Doorgereden naar Mount Gambier in South Australia. Hier wilden we het information centre bezoeken maar dat was nog gesloten. Oja, tijdsverschil. Dat was ik even vergeten. Nouja, het meer was vrij eenvoudig te vinden en dat was de hoofdreden van ons bezoek aan dit stadje. Vervolgens zijn we door gereden naar Halls Gap in de Grampians. In Halls Gap hadden ze zelfs een bioscoop uit de middeleeuwen. Onderweg natuurlijk hier en daar nog gestopt. Silverbrand Falls bijvoorbeeld. Aangezien het tijd werd voor een douche, hebben we een kamer geboekt in Brambuk Backpackers. Een erg leuk aandoend hostel. Helaas een beetje erg rustig in deze tijd van het jaar.
De volgende ochtend hebben we een kaartje van de omgeving gekocht en via The Grand Canyon en Silent Street, The Pennacle beklommen. Onderweg stuit je dan nog op de allermooiste bloempjes. Daarna nog naar The Balconies gegaan en daar ook nog even een wereldplaat geschoten. Ahum. Aangezien er in The Grampians ook nog een Cave of Hands was (Aboriginal Art) wilde ik die ook nog even zien. Deze zgn. grot vond ik weinig interessant, daarom ben ik de rotsformatie maar gaan beklimmen. Op de top aangekomen, bijna nog m'n been gebroken omdat m'n voet in een spleet gleed, kon ik naar hartelust COWEE schreeuwen. Australisch jodelen zeg maar. En echo-en daar joh! Heel gaaf. Daarna zijn we doorgereden naar Doeen waar we weer in de auto hebben geslapen.
Donderdag veel kilometers gemaakt en in Red Cliffs aangekomen. Hier zou Megan de andere bandleden van Tunes from the Border ontmoeten op vrijdagmiddag. Bij Red Cliffs weer in de auto geslapen.De volgende dag ingecheckt in een ongelooflijk fout hotel. Eén en al dronkelappen daarzo! Gelukkig konden we die gasten een beetje ontlopen. De optredens van TFTB volgden elkaar in een snel tempo op. Een erg goede band was The Mongolian Fish Mongers waar ik dus ook maar een CD-tje van gekocht heb. Deze gasten hadden gevoel voor humor. In een van de tenten waar de band op moest treden, werden gedurende het optreden van de band, nummers omgeroepen van maaltijden die klaar waren. Behoorlijk irritant als je aan het spelen bent zou ik zeggen. Zij waren de enigen die d'r op reageerden, komisch, maar je had er bij moeten zijn. De tweede avond eindigde met een enorme jamsession van ongeveer de helft van de muzikanten op het festival.
Maandag de auto naar de garage, het olielek was toch iets te drastisch om mee door te rijden. Heel de dag hebben we in Red Cliffs gewacht, en dan merk je pas wat een gat het is. Enorm boring. Aan het einde van de middag hadden we nog net genoeg tijd om naar Mildura te rijden om de stove op te pikken. Daar aangekomen bleek de stove niet kompleet te zijn en begon het heen en weer gebel weer. Toen dat allemaal geregeld was wilden we dus weg rijden. Pruttel, pruttel..... Allemachtig dat kan d'r ook nog wel bij. Even iemand gevraagd of'ie ons een jump start kon geven, helaas lukte dat niet. RACV gebeld, doorgeschakeld met......een voice mail JA HALLO!!! Daar betaal je toch zeker niet voor. Affijn dat kereltje in Red Cliffs maar weer gebeld. Die kwam aandraven en heeft de akkuklem vervangen die hij volgens mij zelf die ochtend gemold had. Maarja ik mocht weer betalen.
Maandagavond zijn we naar Mungo NP gereden, daar waren Adrian (Uncle drunkey) en Dave (Uncle drunkey's boxplayer) die ook op het festival op hadden getreden. Daar begon de gezelligheid weer. Beetje ouwehoeren en naar bands die net het festival achter de rug hadden luisteren. 's Avond met uncle drunkey en Megan onder de sterrenhemel geslapen met een lekker kampvuurtje. Te gek. De volgende dag heb ik auto maar weer 'ns een beetje uitgeruimd en zijn we The walls of China en The Grand Canyon ('t stikt ervan in Australië) gaan bekijken in het park. Achter de Grand Canyon liepen emu's die op walkabout waren. In het park was ook een oude woolshed te bewonderen. Daarna zijn we weer terug gereden naar Mildura met Uncle Drunkey in the back, de wegligging van de auto was op die weg gelijk beter. Meer massa hè..... Geslapen bij Jenny en Jason. Jason was één van de rangers die in Mildura woont.
Die ochtend zijn we naar Murray Bridge gereden. Hier heeft Megan een kennis uit Adelaide opgebeld die haar op heeft gepikt, ze was namelijk zo goed als blut. Ik ben door gereden naar Victor Harbour, een leuk plaatsje aan de zuidkust. Hier heb ik de ferry naar Kangaroo Island geboekt. 's Avonds nog even een penguin tour gedaan op Granite Island, beter dan Phillip Island vind ik. Kleinschaliger en veel persoonlijker.
Vrijdagavond de ferry vanaf Cape Jervis naar K.I. gepakt en ingecheckt in een hostel in Penneshaw. Daar ontmoette ik Jenny, een amerikaanse student rechten die in Adelaide Summerschool aan het doen was. D'r waren nog meer Amerikanen op het eiland maar die zaten in de kroeg. Dat weekend ben ik voornamelijk met Jenny opgetrokken. We zijn met zijn allen naar Seal Bay gegaan. Daarna nog een potje American Football gespeeld waarbij ik in mijn enthousiastme uit mijn broek scheurde (op mijn knie). Vervolgens naar Flinders Chase gereden waar we de Holden zijn kwijt geraakt, Ford scheurde nogal met de Ocean Survivor. In dit park liepen de kangaroos vrij rond, en ze waren behoorlijk aan de mensen gewend. Sommige wallabies poseren verveeld met je in de hoop dat ze wat te eten krijgen, andere willen d'r wel voor betalen en grijpen gelijk naar hun knip.... Jenny en ik zijn toen maar naar de Snake(less) lagoon gereden in dit park. Op de terugweg een pizza gepakt. Later hoorden we dat we de rest van de groep op een haar na gemist hadden.
Terwijl Doug en Ford de remmen van hun auto aan het fiksen waren zijn Jenny en ik naar Mt Thisby gereden alwaar Doug en Ford ook al vrij snel aankwamen. Met zijn vieren naar het strand gegaan. 's Middags zijn we weer uit elkaar gegaan omdat de mannen de ferry terug moesten hebben. Wij zijn weer naar Flinders Chase gereden en hebben de Remarkable Rocks en Admiral's Arch bekeken. Op weg naar huis helaas nog een walibi aangereden. Gelukkig stikt het er van die beestjes dus het schuldgevoel is dan niet zo erg.
Op maandag ben ik naar Paul's Place gegaan, een opvang centrum voor gewonde dieren en dergelijke. (Gelukkig hoef je die niet mee te nemen om er binnen te komen.) Onderweg daar naar toe stak een euchidna de weg over. Ik probeerde hem nog een beetje fatsoen lijk op de foto te zetten, maar hij hield niet echt van poseren. Bij Paul's place krijg je een rondleiding en de mogelijkheid met alle dieren op de foto te gaan, koala's, meer kangaroos, noem maar op. Zelfs possums ontbraken er niet.
Dinsdag ben ik naar Cape Willoughby gereden en heb daar de Devil's Kitchen gezien. Waanzinnig! Eenmaal op het vasteland benne we weer naar Victor Harbour gereden en heb ik weer ingechecht in Nomads backpackers.Nog even naar Granite Island waar ik een beeldhouwwerk zag dat gigantisch goed leek.
Op woensdag heb ik mijn Levi's 501 voor de 100.000 km beurt weggebracht naar een naaister. In Middleton ben ik toen maar gaan whale-watchen. Enorm interessant. Vooral de mensen. Ahum. Van de Southern Right whales zie je niet veel meer dan een streepje in het water. Gelukkig kon ik de verrekijker van iemand lenen. (Zij kende per toeval Doug en Ford en hun auto.)Toen ik terugkwam om mijn broek op te halen had ze lappen (superfoute kleur) aan de buitenkant van mijn broek geplakt en gestikt. Ik zeg: "Ho. Haal dat er maar weer af". Dat was echt geen gezicht. Maargoed aan de binnenkant zaten weer wat verstevigingslappen, dus hij hoeft nog niet begraven te worden. Tijd om Victor te verlaten en een kijkje te gaan nemen in Adelaide bij de Amerikanen.
Ik kon in St. Anns slapen voor slechts $5,- per nacht! Perfect geregeld. Elke avond werd er volop gekaart. Donderdag ben ik samen met Jenny op de tram naar Glenelg gestapt en heb ik nog wat meer van de stad bekeken. 's Avonds samen met haar en Jaya Italiaans gegeten. In het weekend zijn we met zijn vieren, Dave, Annabel, Jenny en ik naar Flinders Ranges gegaan. In Quorn hebben we overnacht. De pub, waar we Fish & Chips gegeten hebben, hebben we gek gemaakt met het nummer Poison van Alice Cooper. Ik denk dat ze die CD een jaartje of wat uit de jukebox halen. Op zondag hebben we een tocht gemaakt met de Pichi Richi Railway Express.
Maandagavond hadden de amerikanen een soort afscheidsdiner met hun professors waar ik ook uitgenodigd werd. Dat was het beste diner dat ik in OZ gegeten heb! Het enige minpuntje was dat ik voor professor Castles zat met z'n speech. (Regen......) De volgende dag zijn Doug, Toby, Shirley, John, Annabel, Fran, Peter en ik naar de Pink Pig gegaan. Daar heb ik voor het eerst kangaroo gegeten. Lekker, maar ze hadden me makkelijk kunnen foppen door een steak voor te schotelen. (Is misschien ook wel gebeurd.)
Op woensdag heb ik de broer van Willy en zijn vrouw opgezocht. 's Avonds naar Windy Point look out geweest, daar kan je heel Adelaide bij nacht aanschouwen. Fantastisch gezicht! Helaas zijn de foto's niet gelukt.
Donderdagavond hebben we in the cover of darkness de Holden verplaatst naar een buurt waar ze hem goed zouden verzorgen. Na een mislukte poging dit met een tuinslang als sleepkabel te doen, had Doug via een vriendin een beter touw geregeld. In de betere buurt aangekomen kwam er al vrij snel een kerel kijken naar wat we precies aan het doen waren. We deden dus maar net alsof we de sleepkabel aan het kontroleren waren en hebben de auto om de hoek geparkeerd.
Vrijdag en zaterdag heb ik taxi gespeeld omdat iedereen weer naar huis vertrok of naar een andere plaats in OZ. Op zaterdag ben ik nadat ik Dave, m'n laatste passagier, op het vliegveld gedropt had voorbij Port Augusta gereden. Ergens tussen Port Augusta en Coober Pedy heb ik in de auto geslapen.
Op zaterdag 26 juli ben ik in Pedy zoals het in de volksmond genoemd wordt aangekomen, na een hoop nothingness gezien te hebben. Pedy binnenrijdend zie je allemaal molshopen van het puin dat ze uit de mijnen halen. In dit Opal mining stadje heb ik The Old Timers Mine en de Big Winch bezocht. In dit stadje leven de meeste mensen onder de grond en ik heb hier dus ook in een soortgelijke accommodatie geslapen. Joe's Backpackers was een hostel in een heuvel.
Omdat er helemaal geen ramen op de kamer waren, ben ik veel te vroeg opgestaan. Ik hoorde wat gerommel, werd wakker, pakte mijn spullen om te douchen en zag vervolgens op de klok in de keuken dat het nog maar 5:45 uur was! Ik weer terug m'n heuvel in natuurlijk.Voordat ik vertrok had ik nog even boodschappen gedaan in de plaatselijke supermarkt. Nou nou. Schaarste alom! Een hoop lege schappen. Het oostblok idee kwam gelijk boven drijven.
Onderweg naar Ayers Rock moest ik tanken. Het toeval wilde dat ik Jerry daar ontmoette. Hij kwam net terug van een zoveeldaagse trip. Het weerzien duurde niet lang want zijn bus vertrok vrij snel. Ik probeerde nog even de sunset bij Uluru mee te pikken, maar daar voor was ik helaas te laat. Op de camping in Ayers Rock Resort kwam ik Wim en Inge uit Zaandam tegen. (Ja, die kende ik eerst ook niet.) We hebben een flesje wijn open getrokken, leuk om weer eens Nederlands te babbelen.
Dinsdag 28 juli in de vroege ochtend Uluru beklommen. Ook wel Ayers Rock of kortweg The Rock genoemd. KOUD!!! en vermoeiend. Ik denk dat een hoop mensen zich erin vergissen, vooral het eerste gedeelte is enorm stijl. Veni, vidi, vici et foetsie. Na de verovering van dit stuk steen ben ik doorgereden naar Kings Canyon. Gigantisch veel bloemetjes weer, want het had een paar dagen ervoor geregend, maar daarover zometeen meer. Halverwege de Laseter Highway en Kings Canyon is een shortcut terug naar de Stuart Highway, maar dat is een 4WD track. Da's leuk, voor als je een 4WD hebt. JA, en die had ik. Alleen had het een paar dagen geleden geregend, zoals ik daarnet al vertelde, en dan moet je een beslissing nemen. Ga ik volledig under equipped (geen lier, schep, krik o.i.d) in the middle of the night met nobody around de gok wagen of niet. Volledig tegen alle logica in dus toch maar gedaan. Gigantische ervaring. Heftig trackje zo voor de eerste echte 4WD experience.
Op woensdag 29 juli ben ik in Alice aangekomen en ben ik ingecheckt in Melanka backpackers. Dat is het grootste hostel van Alice en ik was op zoek naar mensen die met me mee naar Darwin wilden rijden, grootste kans daar hè. Voor de aardigheid nog naar werk gezocht. Er was een job als stationhand, maar van de vier die daar op reageerden, waaronder ik, werd niemand het.
Donderdagavond was er een reptielenshow in the Waterhole, de bar van Melanka backpackers in Alice Springs. Bij de promotie daarvan in het hostel ontmoette ik Gail, waar ik 's avonds in de bar nog een praatje mee maakte. Ze ging ook naar Darwin, maar eerst ging ze op safari naar Kings Canyon en Ayers Rock e.d. De reptielenshow was interaktief, zodat ik ook nog met de ozo vriendelijke python op de foto sta. Lekker bekkie met tanden trouwens.....
Terug naar boven